In een ver verleden schreef ik liedjes. Maar maakte ze nooit af. Zo ontstonden er tientallen coupletten, refreinen en melodieën aangevuld met akkoordenschema's. Vervolgens legde ik ze ergens tussen de stapels schriftjes. En liet het los. Omdat ik wist dat er ooit wel weer een moment zou komen waarop er een nieuw couplet zou ontstaan. Zo ontsponnen er talloze kleuren en ontvouwden zich steeds nieuwe verhaallijnen.
Eenmaal op de Academie voor Musicaltheater (waar ik in 1999 student werd) hadden ze er een vak voor opgericht: Work In Progress. Tijdens dat vak (wat toen nog in ontwikkeling was) werkten we solistisch en gezamenlijk verder aan de halve liedjes, scene's en aktes. Zodra er focus aangebracht was wilden we ook doorontwikkelen - zo gaan die dingen in het brein. En niet alles haalde het product.
'Wat doen we met al die halve liedjes?' vroeg iemand op een dag. 'Die stop je in de jammermap' antwoordde Frank. Je legt de map op de plank en pakt hem op voor een volgend moment. Dus mocht er een moment komen waar we de kortste liedjes ooit tot een product gaan verheffen, dan heb ik er nog een paar.